Indo-Europees Verbond, Karel Zaalberg

Het Indo-Europeesch Verbond

Oprichting

Het Indo-Europeesch Verbond werd op 29 juni 1919 opgericht. Het bestond uit een voorlopig comité van elf leden dat zich bezig hield met het opmaken van de statuten die voor een deel werd overgenomen van de Indische Bond. Bij de oprichting had het I.E.V. vierhonderdvijftig leden. Het initiatief tot de oprichting kwam van de journalist Karel Zaalberg die een Indo-broederschap nodig achtte omdat ‘niemand een vinger uitstak en saamhorigheid ver te zoeken was’.1 De statuten van de vereniging te Batavia werden in 1919 bij gouverneursbesluit goedgekeurd en de vereniging als rechtspersoon erkend19

Ethische politiek

De behoefte voor een verbond lag in de uitvoering van de ethische politiek. Om het zedelijk en stoffelijk geluk van de inheemse bevolking te bevorderen, met uiteindelijk doel zelfbestuur onder Nederlandse leiding, moest de inheemse bevolking opgeleid worden en juridisch gelijkgesteld met de Europeaan. In 1913 maakte gouverneur-generaal Idenburg het streven om de staatsrechtelijke verschillen tussen Inlander en Europeanen te slechten tot officieel beleid. Inheems onderwijs, een speerpunt van de ethische politiek, kreeg voorrang boven Europees onderwijs. In 1920 was het aantal niet-Europeanen dat Nederlands sprak vertienvoudigd ten opzichte van 1900. Salarissen, die voorheen binnen gouvernementsdienst per landsaard verschilden, werden gelijk getrokken.

Dit betekende voor de Indo-Europeaan met een lagere en middenkader positie toenemende concurrentie van inheemsen die uit ideologie en financiële redenen een voorkeursbehandeling kregen van de landsregering16 en in sommige gevallen uitsluiting of salarisverlaging.

Uitsluiting

De voorganger van Idenburg, Gouverneur-generaal Van Heutsz had er al de voorkeur aan gegeven om tal van ambtelijke functies te laten vervullen door goedkopere Inheemsen. Uitgangspunt van het gouvernement was dat op zijn minst één derde van alle overheidsfuncties door Inheemsen moest worden bezet.

Onder Idenburg werd binnen de post- en telegraafdienst bij de werving van personeel de voorkeur aan inheemsen boven Indo-Europeanen gegeven. Hoewel later bleek dat uitsluiting niet op orders van de dienstchef was uitgevaardigd, bleek uitsluiting in verschillende plaatsen voor te komen.

In een telegram van de inspecteur van de post en telegraafdienst stond dat assistenten slechts op voor inlandsche bezolderingsschaal mochten worden aangenomen. Dit betekende volgens het Bataviaasch nieuwsblad waar de melding van uitsluiting werd gedaan dat wanneer Indo-Europeanen in dienst traden ze zouden beginnen met een salaris van 35 gulden per maand, 15 gulden minder dan voorheen, waardoor er minder Europeanen waren die zich aanmeldden.15Eerder waren in het boswezen de salarissen van Europeanen al verlaagd tot Inlands niveau wat de houtvester toen nog op een berisping kwam te staan.

Werkloosheid betekende voor de Indo volgens het I.E.V. afzakken tot Inheems niveau. Dit betekende voor een Indo-Europees gezin in praktijk een leven tussen de inheemsen en diens nauwelijks bekende cultuur. Die onbekendheid maakte het vrijwel onmogelijk om op te klimmen binnen de inheemse groep of terug te keren naar Europees niveau. 18

Indo-Bond?

De oprichtingsvergadering vond plaats op 13 juli in de Schouwburg te Batavia die gratis ter beschikking werd gesteld. De vergadering werd druk bezocht en de zaal was om negen uur ’s ochtends nagenoeg vol. Onder de aanwezigen bevonden zich de directeur van het Binnenlands Bestuur en de hoofdcommissaris van politie.10 Voorwaarde voor het houden van de vergadering was dat er niet over politiek gedebatteerd mocht worden. Het ledental was die dag gestegen tot tweeduizend personen.

Tijdens de vergadering werd er gediscussieerd over de statuten. Vooral de vraag wie Indo-Europeaan was en of uitsluitend Indo-Europeanen toegelaten mochten worden zorgde voor een verhit debat. Een deel van de leden was namelijk bang dat toelating van ‘volbloed’ Nederlanders er voor zou zorgen dat het Verbond als een splijtzwam uit één zou vallen omdat Indo’s en Totoks andere belangen hadden, zoals eerder het geval bij de Indische Bond was geweest.

In eerste instantie was het voorlopig comité van mening dat alleen hiergeborenen (Indo’s) lid konden worden en totok Europeanen slecht donateur. Zaalberg die de voorlopige leiding had was echter van mening dat ook volbloed Europeanen toegelaten moesten worden en een juiste definitie van Indo niet gegeven kon worden, hiergeborenen voldeed niet omdat Indo’s niet altijd in Indie waren geboren en bijvoorbeeld Molukkers ook hiergeborenen waren.

Zaalberg won het langdurige debat en totok Europeanen en aan Europeanen gelijkgestelde inheemsen konden uiteindelijk ook lid worden met toestemming van het hoofdbestuur:

Artikel 3. 1. “De vereniging verstaat onder Indo-Europeanen alle personen van Europeeschen of gemengd-Europeeschen bloede, alsmede hun afstammelingen, met dien verstande, dat voor eerst bedoelde het criterium der geboorte in Indië als maatstaf geldt.” 9

Aanvulling: Artikel 4. “Nochtans kunnen, ter beoordeling van het hoofdbestuur, andere criteria worden aanvaard, indien blijkbaar het doel der vereniging wordt gediend” 8

Het leverde hem veel kritiek op. Zo liep de gedeputeerde van Buitenzorg en enkele anderen tijdens de vergadering weg. De dagen er na werd het onderwerp meerdere malen aangehaald in de Indische pers.

Het doel

Het doel van het Verbond was “de bevordering van de sociale, morele, intellectuele en economische ontwikkeling van de Indo-Europeanen in Nederlands-Indië”.7  met behulp van alle geoorloofde en wettige middelen.11 Een antwoord op de verdringing van Indo-Europeanen uit de ambtelijke betrekkingen. Een gezaghebbende stem die de Indo prikkelde in de richtingen, de technische beroepen en het onderwijs en tegen het opgaan van de indo’s in de inheemse samenleving. Het verbond wou zich voornamelijk op economisch en sociaal terrein bewegen.6
Het I.E.V. had het voornemen zich ‘in politiek noch social-economische zin tegenover enige partij of organisatie’ te stellen. Het zou echter stelling nemen tegen ‘elke actie, welke de belangen van de Indo-Europeaan hoofdelijk als gemeenschappelijk bedreigt’.12

In 1936 werd het doel nog eens benadrukt. “Wij hebben slechts één doel: onze groep te redden uit het moeras, waarin zij dreigt te verzinken”.17

1 Karel Zaalberg, journalist en strijder voor de Indo, Ulbe Bosma pag. 300
2 Het recht van mannen met een zeker vermogen om te mogen stemmen.
3 Karel Zaalberg, journalist en strijder voor de Indo, Ulbe Bosma pag. 301
4 Karel Zaalberg, journalist en strijder voor de Indo, Ulbe Bosma pag. 339
5 Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië 01-07-1919
6 De Sumatra post 02-07-1919
7 Bataviaasch nieuwsblad 14-07-1919
8 Bataviaasch nieuwsblad 14 Juli 1919
9 Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië 12-07-1919
10 Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië 14-07-1919
11 Bataviaasch nieuwsblad 20-08-1919
12  Bataviaasch nieuwsblad 20-08-1919
13 In Indië geworteld Hans Meijer pag. 18
14 Bataviaasch nieuwsblad 13-06-1917
15 Bataviaasch nieuwsblad 06-08-1917
16 In Indië geworteld Hans Meijer pag. 18
17 Blauwboek, verzameling van officeele stukken, vergaderingverslagen en persstemmen over de rede – De Hoog, met een prolog van het Hoofdbestuur van het Indo-Europeesch Verbond 1936

Beoordeel dit bericht.

Gemiddelde waardering 0 / 5. Stemtelling: 0

Wees de eerste die dit bericht waardeert.